|
Dicht bij de mens bloeit het konijn helemaal op, 2008
Bron: De Volkskrant Auteur: Peter van Ammelrooy zaterdag 25 oktober 2008 Op Amsterdam Old Course zitten veel fazanten. Vandaar dit artikel uit De Volkskrant.
Het konijn is een paradoxaal beest, zegt een ecoloog. In Nederland lijkt het dier terug te keren na ziekten en ander ongerief.
Voor champagne is het nog een tikkeltje te vroeg, maar het gaat beter met het konijn in Nederland. Vier jaar geleden constateerde de toenmalige minister van Landbouw, Cees Veerman, dat het konijn op sommige plekken op een haar na uitgestorven was. Nu is de populatie terug op het niveau van begin jaren negentig, van voor de tijd dat een van oorsprong Chinees virus dood en verderf begon te zaaien.
Het heuglijke nieuws wordt gemeld door de Zoogdiervereniging VZZ in Arnhem, die zich baseert op recente tellingen. De afgelopen drie jaar leek het al alsof de konijnen in Nederland aan een comeback begonnen waren. Inmiddels is de trend zo onmiskenbaar, dat de VZZ woorden in de mond durft te nemen die tot voor kort ondenkbaar waren, zoals ‘toename’ en ‘herstel’.
Genoeg reden voor optimisme, zegt Jasja Dekker, ecoloog bij de VZZ en op het konijn gepromoveerd, maar hij houdt de kurk nog op de fles. ‘We zijn nog heel ver verwijderd van de aantallen die in Nederland in de jaren vijftig werden geteld.’
Gedurende een halve eeuw bevolkten miljoenen konijnen de bossen, akkers en duinen. De ontbossing, het oprukkende asfalt, de jagende mens en de allergrootste gelijkmaker vanaf 1954, de ziekte myxomatose, brachten in de jaren daarop de populatie aan de rand van de afgrond.
De konijnenstand kromp tot ‘enkele honderdduizenden’ dieren aan het begin van de jaren negentig, toen ook die ten prooi vielen aan een nieuwe ziekte, het viraal haemorrhagisch syndroom (VHS), dat in 1998 voor het eerst in China de kop opstak. Op sommige plekken hield 1 procent van de populatie manhaftig stand. Waar jagers vroeger in het jachtseizoen met 500 tot 600 trofeeën thuiskwamen, schieten ze nu nog amper vijf tot zes konijnen af. ‘Het zijn er soms zo weinig’, zegt Dekker, ‘dat jagers zeggen: laat maar lopen.’
De decimering van de konijnenstand leidde ertoe dat het dier op de ‘rode lijst’ kwam te staan, een internationale death row van diersoorten waarvoor de tijd langzaam wegtikt. Het konijn (Oryctolagus cuniculus) is nog steeds een van de 1.200 zoogdieren (op een totaal van 5.400 soorten) waarvoor de opsteller van de lijst, de International Union for Conservation of Nature (IUCN), het ergste vreest. Bij het vaststellen van die rode lijst, legt Dekker uit, wordt uitgegaan van de toestand in de jaren vijftig.
Er zijn meer redenen om de wederopstanding van het konijn met een ietwat getemperde vreugde te begroeten. ‘Landelijk zien we een behoorlijke toename’, zegt Dekker, ‘maar op sommige plekken blijft het herstel achter of uit.’
Er is voor dat fenomeen volgens hem nog geen eenduidige verklaring te geven. Een theorie die steeds meer steun geniet onder wetenschappers, is dat de natuurlijke resistentie van konijnen lijkt toe te nemen zodra de populatie op een bepaalde plek een bepaalde drempelwaarde weet te overschrijden. Het is, om een bekende volkswijsheid te parafraseren, maar goed dat konijnen zich voortplanten als... konijnen.
De gunstigste locaties voor grote aantallen konijnen bevinden zich opvallend genoeg veelal op een plek waar je ze niet zou verwachten: dicht bij mensen. Beheerders van sportparken, stadsplantsoenen en bedrijventerreinen kijken al jaren op van berichten over het uitstervende konijn, zegt Dekker. ‘Die roepen: ‘Kom maar bij mij kijken. Ik zie er alleen maar meer’.’
De door de mens beheerde plekken scheppen kennelijk een gunstige leefomgeving voor het konijn. Het zijn locaties waar de natuurlijke vijanden van het konijn, zoals de vos, niet komen. Gejaagd wordt er ook niet op bedrijfsterreinen of voetbalvelden.
‘Het gras wordt het hele jaar kort gehouden’, aldus Dekker, wat konijnen prettig vinden. Kortom: de situatie is er ideaal voor het dier om zich daar het hele jaar voort te planten, en niet alleen in het door de natuur gedicteerde seizoen.
‘Het is een bijzonder, paradoxaal beest’, concludeert Dekker. Nergens vertoont het konijn hetzelfde gedrag. In Europa is het hier en daar naatje, in Australië komen ze kogels tekort om te voorkomen dat het konijn het land overwoekert.
Dekker kent ook geen ander dier dat door plaag na plaag wordt bezocht. ‘We hebben recent natuurlijk wel een virus onder zeehonden gehad, en in de Verenigde Staten kampt de vleermuis met een schimmelziekte die huishoudt onder de populatie.’ Maar die worden niet door de zeven plagen van Egypte bezocht.
Copyright: de Volkskrant
|