PLAATSELIJKE REGELS per 24 juni 2018

Straf voor overtreding van een plaatselijke regel. Strokeplay: twee strafslagen. Matchplay: verlies van de hole.

Buiten de baan (out of bounds)
De grens van buiten de baan wordt gemarkeerd door witte palen of door het hekwerk om de baan.

Obstakels
-Jonge aanplant gemerkt met en blauw lintje en aangepaalde bomen zijn vaste obstakels. Indien er sprake is van belemmering (zie Regel 24-2a) is de speler verplicht de belemmering te ontwijken volgens Regel 24-2b.
-Stenen in bunkers zijn losse obstakels (Regel 24-1 is van toepassing).
-Zwarte beregeningsbuizen in of buiten waterhindernissen zijn vaste obstakels.
-Grond bedekt met houtsnippers is een integraal deel van de baan. De houtsnippers zijn losse natuurlijk voorwerpen.
-Een vast obstakel op of binnen twee stoklengten van de green en binnen twee stoklengten van de bal mag worden ontweken volgens de procedure in Appendix I, deel B6 van de Golfregels. De bal moet worden gedropt zo dicht mogelijk bij de plek waar de belemmering wordt ontweken.
-De paden op hole 4, 5, 6 en 8 zijn obstakels.

Waterhindernissen
– Het spoorwegviaduct in de baan inclusief het treindek op de pilaren wordt beschouwd als in de waterhindernis tussen beide holes. Als praktisch zeker is dat de bal op het treindek ligt, dan moet de speler handelen volgens Regel 26-1.
– De laterale waterhindernissen links van hole 3, links van hole 4 en linksachter green 6 strekken zich uit tot het oneindige (zie Decision 33-2a/11). 

Grond in bewerking (GUR)
GUR is aangegeven met blauwe paaltjes of blauwe of witte lijnen. Indien er sprake is van belemmering (zie Regel 25-1a) is de speler verplicht die belemmering te ontwijken volgens Regel 25-1b.

Droppingzone op hole 4
Waterhindernis – Indien de bal in de waterhindernis tussen de tee en green van hole 4 ligt of in de waterhindernissen tussen tee en green en rondom de green, mag de speler: (1) handelen volgens Regel 26-1 of (2) als extra mogelijkheid, met een strafslag, een bal droppen in de droppingzone.
Vast obstakel – Indien er sprake is van belemmering (zie regel 24-2b) door het verharde pad rondom de green mag de speler: (1) handelen volgens Regel 24-2b, of (2) als extra mogelijkheid, zonder strafslag, een bal droppen in de droppingzone.

Droppingzone op hole 5 en 7
Ground under repair – Indien de bal in de grond in bewerking ligt, mag de speler: (1) handelen volgens Regel 25-1a of (2) als extra mogelijkheid, zonder strafslag, een bal droppen in de droppingzone, ook al is dat dichter bij de hole.

Afstandsmeters
Een speler mag afstanden bepalen met een afstandsmeter. Indien een speler tijdens een vastgestelde ronde een afstandsmeter gebruikt om ook andere gegevens te bepalen die zijn spel zouden kunnen beïnvloeden (bijv. helling, windsnelheid, etc.), overtreedt hij Regel 14-3. Smart phones zijn toegestaan als afstandsmeter.
Uitzondering: apparatuur die informatie geeft over afstanden die men met bepaalde clubs slaat, mag gebruikt worden indien deze informatie vóór de ronde verkregen is.

Per ongeluk bewogen bal(merker) op de green (Regels 18-2, 18-3 en 20-1)
Indien de bal van de speler op de green ligt, volgt er geen straf als de bal of de balmerker per ongeluk door de speler, zijn partner, zijn tegenstander, of een van beide caddies of uitrusting wordt bewogen. De bewogen bal of balmerker moet worden teruggeplaatst zoals voorzien in de Regels 18-2, 18-3 en 20-1. Deze plaatselijke regel is alleen van toepassing als de bal van de speler of zijn balmerker op de green ligt en de beweging per ongeluk veroorzaakt wordt.
Noot: Indien wordt vastgesteld dat de bal van de speler op de green is bewogen als gevolg van wind, water of een andere natuurlijke oorzaak zoals door de zwaartekracht, dan moet de bal gespeeld worden zoals hij ligt op de nieuwe ligplaats. Een balmerker die onder gelijke omstandigheden is bewogen, moet worden teruggeplaatst.

TIJDELIJKE PLAATSELIJKE REGELS

Ingebedde bal
Door de baan (dus ook in de rough) mag een bal die is ingebed in zijn eigen pitchmark in de grond, zand uitgezonderd, zonder straf worden opgenomen, schoongemaakt en gedropt zo dicht mogelijk bij plek waar hij lag, maar niet dichter bij de hole. Bij het droppen moet de bal eerst een deel van de baan raken dat door de baan is. De uitzonderingen vastgelegd in Appendix I, deel A3 van de Golfregels zijn van toepassing.

Plaatsen
Van 1 november tot en met 30 april – en in de matchplay-wedstrijden van de NGF Competitie – geldt deze tijdelijke plaatselijke regel, ook bij qualifying ronden of qualifying wedstrijden:

Een bal die op een kort gemaaid gedeelte door de baan ligt, mag zonder straf worden verplaatst of opgenomen en worden schoongemaakt. De speler moet de bal plaatsen binnen 15 cm van de plaats waar hij oorspronkelijk lag, maar niet dichter bij de hole. De speler mag de bal eenmaal verplaatsen of plaatsen en nadat de bal is verplaatst of geplaatst is hij in het spel. Noot: “kort gemaaid gedeelte” betekent elk deel van de baan, met inbegrip van paden door de rough, gemaaid op fairwayhoogte of lager.

Beluchtingsgaten
Een bal die door de baan in of op een beluchtingsgat terechtkomt, mag zonder straf worden opgenomen, schoongemaakt en gedropt, zo dicht mogelijk bij de plek waar hij lag, maar niet dichter bij de hole. Bij het droppen moet de bal eerst een deel van de baan raken dat door de baan is. Op de green mag een bal die in of op een beluchtingsgat terechtkomt, geplaatst worden op de dichtstbijzijnde plek, niet dichter bij de hole, waar een dergelijke ligging wordt vermeden.

Kunstgras afslagmat

Een kunstgras afslagmat is een integraal onderdeel van de baan, wanneer in gebruik als afslagplaats.

ALGEMEEN

– De ingezaaide delen van de baan links van hole 5 mogen niet betreden worden.

– Spelers op een hole met een hoger nummer hebben voorrang op spelers op een hole met een lager nummer. Bij meer flights op één hole dient er geritst te worden.

– Bij onweer, ga zo snel mogelijk naar het clubhuis. Als u in de buurt bent van het spoorwegviaduct van de Utrechtboog, loop dan onder het viaduct naar het clubhuis en laat uw clubs achter in de baan.

– Baanpersoneel heeft altijd voorrang; wacht op een teken om door te spelen indien baanpersoneel binnen slagafstand is.

– Afstandmarkers op de fairway geven de afstand aan tot het midden van de green. Oranje: 250 meter, wit: 200 meter, geel: 150 meter, blauw: 100 meter, rood: 50 meter. De Amsterdammertjes geven de afstand aan van 150 meter tot het midden van de green.

– De pinposties worden aangegeven door de kleur van de vlag. Rood: voorkant green, blauw: midden, geel achterkant.