PLAATSELIJKE REGELS per 1 juni 2019

Buiten de baan (out of bounds)
De grens van buiten de baan wordt aangegeven door witte palen of door het hekwerk om de baan.

Bal verloren of buiten de baan
Als de bal van een speler niet is gevonden of als het bekend of praktisch zeker is dat deze buiten de baan is, dan mag de speler de plaatselijke regel voor slag en afstand toepassen met twee strafslagen in plaats van de ontwijkoptie van slag en afstand volgens regel 18. Deze plaatselijke regel is niet van toepassing als een provisionele bal is gespeeld. Zie voorbeeld plaatselijke regel E5 voor de volledige details van deze regel.

Hindernissen
De volgende rode hindernissen zijn maar aan één kant gemarkeerd en strekken zich uit tot het oneindige: links van hole 3, links van hole 4, linksachter green 6, rechts van hole 7 en rechts van hole 8.
Het eilandgebied tussen hole 5 en hole 8 is een rode hindernis. Het schiereiland tussen hole 6 en green 9 is een rode hindernis.
Het spoorwegviaduct in de baan inclusief het treindek op de pilaren wordt beschouwd als in de hindernis tussen hole 5 en 6. Als bekend of praktisch zeker is dat de bal op het treindek ligt, dan moet de speler handelen volgens regel 17.

Hindernissen: droppingzone op hole 4
Hindernis – Indien de bal in de hindernis tussen de tee en green van hole 4 ligt of in de hindernissen rondom de green, of als het bekend of praktisch zeker is dat een bal die niet is gevonden tot stilstand is gekomen in deze hindernissen, heeft de speler de volgende opties met strafslag: (1) ontwijken volgens Regel 17.1 of (2) als extra mogelijkheid een bal droppen in de droppingzone 50 meter voor de green. Deze droppingzone is een dropzone zoals bedoeld in Regel 14-3. De bal moet gedropt worden in de droppingzone en in de zone tot stilstand komen.

Obstakels
Aangepaalde jonge aanplant is een vast obstakel. Indien er sprake is van belemmering is de speler verplicht de belemmering te ontwijken volgens regel 16.1.

Stenen in bunkers zijn losse obstakels (Regel 24-1 is van toepassing).

Zwarte beregeningsbuizen in of buiten waterhindernissen zijn vaste obstakels.

Grond bedekt met houtsnippers is een integraal deel van de baan. De houtsnippers zijn losse natuurlijk voorwerpen.

De speler heeft een extra mogelijkheid om een belemmering van een vast obstakel te ontwijken als het obstakel zich dicht bij de green en op de speellijn bevindt.
Bal in het algemene gebied – De speler mag ontwijken volgens Regel 16.1b indien het vaste obstakel zich op de speellijn bevindt, en:
*binnen twee clublengten van de green ligt, en
*binnen twee clublengten van de bal.
Uitzondering: bij een duidelijk onredelijke speellijn mag er niet zonder straf ontweken worden.

Wegen en paden
De volgende wegen en paden, ook waar ze niet kunstmatig verhard zijn, worden beschouwd als vaste obstakels waarvan ontwijken zonder straf is toegestaan volgens regel 16.1: het pad rechts van green 3, het pad tussen tee 4 en voorgreen 4, het pad rondom green 4, het pad overdwars hole 6 ter hoogte van de voorgreen, het pad over en rechts van hole 8, het pad langs de tees van hole 9 en links van hole 9.

Obstakels: dropping zone op hole 4
Indien er sprake is van belemmering door het verharde pad rondom de green heeft de speler de volgende opties zonder straf: (1) zonder straf ontwijken volgens regel 16.1, of (2) als extra mogelijkheid, een bal droppen in de droppingzone. Deze droppingzone is een dropzone zoals bedoeld in Regel 14-3.De bal moet gedropt worden in de droppingzone en in de zone tot stilstand komen.

Plaatsen – 1 november tot en met 30 april
Wanneer de bal van een speler ligt in het algemene deel van de baan dat op fairwayhoogte of minder gemaaid is, mag de speler de bal zonder straf markeren, schoonmaken en eenmaal een bal plaatsen binnen een afstand van 15 cm van het referentiepunt, niet dichter bij de hole, in het algemene deel van de baan.

Plaatsen op hole 5, 7 en 8 – tot en met 31 oktober 2019
Wanneer de bal van een speler ligt op hole 5, 7 of 8 in het algemene deel van de baan dat op fairwayhoogte of minder gemaaid is, mag de speler de bal zonder straf markeren, schoonmaken en eenmaal een bal plaatsen binnen een afstand van 15 cm van het referentiepunt, niet dichter bij de hole, in het algemene deel van de baan.

Beluchtingsgaten
Als de bal van een speler in of tegen een beluchtingsgat ligt:
(a) Bal in het algemene gebied – De speler mag deze belemmering ontwijken volgens regel 16.1b. Als de bal tot stilstand komt in een ander beluchtigsgat, mag de speler deze opnieuw volgens deze plaatselijke regel ontwijken.
(b) Bal op de green – De speler mag de belemmering ontwijken volgens regel 16.1d.
Er is gen sprake van belemmering als het beluchtingsgat alleen een belemmering vormt voor de stand van de speler of, op de green, voor de speellijn van de speler.

Grond in bewerking (GUR)
GUR is aangegeven met blauwe paaltjes of blauwe of witte lijnen. Indien er sprake is van belemmering is de speler verplicht die belemmering te ontwijken.

Eikenprocessierupsen

Waar processierupsen op de baan gevaar kunnen opleveren, mag de speler, als de bal niet in een hindernis ligt, die belemmering zonder straf ontwijken volgens regel 16.1. Bij het ontwijken van de belemmering, moet de speler een bal droppen (16.1b en 16.1c) binnen één clublengte van, of plaatsen (16.1d) op, het dichtstbijzijnde punt niet dichter bij de hole, waar de processierupsen geen gevaar opleveren.

Verkeerde greens
Verkeerde greens omvatten ook de oefengreens voor putten en chippen.

Richtpaal op hole 8
De richtpaal staat op 135 meter van de achterste tee en 118 meter van het midden van de green. Indien een bal de richtpaal raakt, mag de speler de slag laten vervallen en zonder straf opnieuw slaan. Indien de bal niet onmiddellijk is terug te krijgen, mag hij door een andere bal worden vervangen.

ALGEMEEN

Spelers op een hole met een hoger nummer hebben voorrang op spelers op een hole met een lager nummer. Bij meer flights op één hole dient er geritst te worden.

Bij onweer, ga zo snel mogelijk naar het clubhuis. Als u in de buurt bent van het spoorwegviaduct van de Utrechtboog, loop dan onder het viaduct naar het clubhuis en laat uw clubs achter in de baan.

Baanpersoneel heeft altijd voorrang; wacht op een teken om door te spelen indien baanpersoneel binnen slagafstand is.

Afstandmarkers op de fairway geven de afstand aan tot het midden van de green. Oranje: 250 meter, wit: 200 meter, geel: 150 meter, blauw: 100 meter, rood: 50 meter. De Amsterdammertjes geven de afstand aan van 150 meter tot het midden van de green.

De pinposities worden aangegeven door de kleur van de vlag. Rood: voorkant green, blauw: midden, geel achterkant.